Algemene Voorwaarden

Artikel 1 Definities

In deze voorwaarden wordt verstaan onder :

1. AVC : Algemene Vervoercondities 1983, zoals laatstelijk vastgesteld door de Stichting Vervoeradres en gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam.

2. CMR : Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Genève 1956).

3. Koerier : degene die zich jegens de afzender heeft verbonden zo spoedig mogelijk een zending te vervoeren en aan de geadresseerde af te leveren, waarbij het aflevertijdstip danwel de aflevertermijn waarop de zending in ieder geval moet worden afgeleverd, bij de opdracht wordt overeengekomen.

4. Zending : een zaak danwel het geheel van zaken dat gelijktijdig vervoerd wordt en bestemd is voor één ontvanger.

5. Afzender : de contractuele wederpartij van de koerier.

6. Ontvanger : geadresseerde of (mede)bewoner danwel ondergeschikte werkzaam op het afleveradres aan wie de koerier de zending dient af te leveren.

7. Overmacht : een omstandigheid die een zorgvuldig koerier niet heeft kunnen vermijden en waarvan zulk een koerier de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.

 

Artikel 2 Werkingssfeer

1. Op binnenlandse koeriersdiensten zijn naast deze voorwaarden de AVC van toepassing voor zover daarvan in deze voorwaarden niet wordt afgeweken.

2. Op grensoverschrijdende koeriersdiensten is van toepassing het CMR, alsmede de met het CMR niet strijdige bepalingen uit deze voorwaarden.

 

Artikel 3 Verplichtingen van de koerier

1. De koerier is verplicht de overeengekomen zending op de overeengekomen plaats en tijd in ontvangst te nemen.

2. Indien de koerier niet voldoet aan de in lid 1 genoemde verplichting heeft de afzender het recht, onverminderd zijn recht schadevergoeding te vorderen, de overeenkomst onmiddellijk op te zeggen.

3. De koerier is verplicht de zending uiterlijk op het overeengekomen tijdstip danwel binnen de overeengekomen termijn af te leveren aan de ontvanger.

4. Artikel 16 AVC inzake vertraging is niet van toepassing.

 

Artikel 4 Verplichting van de afzender

1. De afzender is verplicht ter voldoening aan douane- en andere formaliteiten, welke vóór de aflevering van de goederen moeten worden vervuld, de nodige bescheiden bij de vrachtbrief te voegen en ter beschikking van de koerier te stellen en hem alle noodzakelijke inlichtingen te verschaffen.

 

Artikel 5 Aansprakelijkheid van de koerier

Zending beschadigd doch inhoud nog bruikbaar

1. Indien de door de koerier ontvangen zending niet wordt afgeleverd in dezelfde staat als waarin hij de zending heeft ontvangen, doch de inhoud ervan nog wel kan worden aangewend voor het doel waarvoor het was bestemd, is de koerier, behoudens overmacht, verplicht de schade aan de zending zelve te vergoeden tot maximaal € 500,- per zending.

 

Zending beschadigd en inhoud niet meer bruikbaar; of zending manco

2. Indien de door de koerier ontvangen zending niet ter bestemming wordt afgeleverd of niet wordt afgeleverd in dezelfde staat als waarin hij de zending heeft ontvangen, tengevolge waarvan de inhoud van de zending niet meer kan worden aangewend voor het doel waarvoor het was bestemd, is de koerier, behoudens overmacht, verplicht de daardoor veroorzaakte schade met inachtneming van de volgende bedragen te vergoeden:

a. voor de schade aan de zending zelve maximaal € 500,- per zending;

b. voor de schade wegens het niet meer aangewend kunnen worden van de zending voor het doel waarvoor het was bestemd, maximaal twee maal de vracht. Tevens is de overeengekomen vracht niet verschuldigd. Reeds voldane vracht dient als onverschuldigd betaald te worden gerestitueerd.

 

Vertraging

3. Indien de zending wordt afgeleverd na het verstrijken van het overeengekomen tijdstip danwel na afloop van de overeengekomen termijn is, behoudens overmacht, de overeengekomen vrachtprijs niet verschuldigd. Reeds voldane vracht dient als onverschuldigd betaald te worden gerestitueerd. Indien de afzender en/of geadresseerde ten gevolge daarvan schade, niet zijnde schade aan de zending, heeft geleden, is de koerier gehouden die schade te vergoeden tot een maximum van tweemaal de overeengekomen vracht. Indien de zending tevens beschadigd is, is de koerier, behoudens overmacht, bovendien aansprakelijk voor de schade aan de zending zelve tot maximaal € 500,- per zending.

 

4. De last, zijn schade te bewijzen, rust op de afzender en/of geadresseerde.

5. Bij de toepassing van lid 3 van dit artikel komt de koerier een beroep op overmacht niet toe bij:

a. lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder van het voertuig;

b. de ondeugdelijkheid en ongeschiktheid van het voertuig en het materiaal waarvan de koerier zich bediend;

c. voorzienbare verkeerscongestie en/of verkeersdichtheid.

6. Bij grensoverschrijdend vervoer is artikel 5 niet van toepassing.

 

Toelichting

Artikel 5 van deze voorwaarden vermeerdert de aansprakelijkheid van de koerier ten opzicht van de aansprakelijkheid neergelegd in Boek 8: 1102 Nieuw Burgerlijk Wetboek. Op grond van dit artikel is deze vermeerdering van aansprakelijkheid nietig tenzij artikel 5 van deze voorwaarden in een afzonderlijk geschrift, dat de vervoersovereenkomst bevat, wordt vastgelegd. Dat afzonderlijk geschrift bij uitstek is de vrachtbrief. Geadviseerd wordt op de vrachtbrief, naast de verwijzingsclausule naar deze voorwaarden, de tekst van artikel 5 letterlijk over te nemen.

 

 

Algemene Vervoer Condities 1983 (AVC)

 

Artikel 1

1. In deze condities wordt onder afzender uitsluitend de contractuele wederpartij van de vervoerder verstaan; vermelding van een afzender op de vrachtbrief houdt niet zonder meer in dat de aldus genoemde de contractuele wederpartij van de vervoerder is.

2. Wanneer in de vrachtbrief een geadresseerde wordt vermeld, heeft naast de afzender ook deze geadresseerde jegens de vervoerder het recht aflevering van zaken overeenkomstig de op de vervoerder rustende verplichtingen te vorderen.

3. In deze condities wordt:

a. onder “schriftelijk” verstaan “schriftelijk dan wel langs elektronische weg”;

b. naast ondertekening tevens toegestaan enig ander kenmerk van oorsprong;

c. onder veerbootdienst verstaan de veerbootdienst in de zin van de Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities, laatste versie, gedeponeerd door de Stichting Vervoeradres ter Griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam.

4. Indien gegevens langs elektronische weg worden uitgewisseld, zijn daarop naast deze condities tevens van toepassing de door de Stichting Vervoeradres ter Griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam gedeponeerde Algemene Voorwaarden voor elektronische berichtenverkeer, laatste versie.

 

Artikel 2

1. De afzender is verplicht:

a. de door de wet vereiste gegevens bij het sluiten van de overeenkomst of tijdig daarna aan de vervoerder te verschaffen;

b. de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze en vergezeld van de volgens artikel 20 vereiste vrachtbrief en de door de wet van de zijde van de afzender overigens vereiste documenten ter beschikking van de vervoerder te stellen;

c. elk te vervoeren collo duidelijk en doelmatig te adresseren en, indien hem zulks redelijkerwijs mogelijk is, de vereiste gegevens en adressen op of aan de colli of hun verpakkingen aan te brengen op zodanige wijze, dat zij in normale omstandigheden tot het einde van het vervoer leesbaar zullen blijven.

2. De afzender kan zich niet door een beroep op welke omstandigheid dan ook aan de lid 1 genoemde verplichtingen onttrekken, maar hij kan met de vervoerder schriftelijk overeenkomen, dat de adressering van de colli wordt vervangen door een vermelding van cijfers, letters of andere symbolen.

3. De vervoerder kan de overeenkomst zonder enige ingebrekestelling opzeggen, wanneer de afzender niet aan zijn in lid 1 onder a vermelde verplichting voldeed. Tevens kan hij de overeenkomst opzeggen, wanneer de afzender niet aan zijn in lid 1 onder b vermelde verplichting voldeed, doch dit slechts nadat hij de afzender schriftelijk of mondeling op een uiterste termijn heeft gesteld en de afzender bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. Indien door het stellen van een dergelijke termijn de exploitatie van zijn bedrijf op onredelijke wijze zou worden verstoord, kan de vervoerder ook zonder dat tot opzegging overgaan. De afzender kan, indien hij niet aan zijn in lid 1 onder b vermelde verplichting voldeed, eveneens de overeenkomst opzeggen. Opzegging geschiedt door mondelinge of schriftelijke kennisgeving en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan. Na opzegging is de afzender 75% van de overeengekomen vracht aan de vervoerder verschuldigd zonder tot verdere schadevergoeding te zijn gehouden tenzij uit hoofde van artikel 8: 1118 BW. Indien geen vracht is overeengekomen, geldt als zodanig de vracht volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid.

4. De afzender moet aan de vervoerder de door deze geleden schade vergoeden voor zover deze het gevolg is van de omstandigheid, dat het vervoer van de zaken van hogerhand geheel of ten dele verboden of beperkt is of zal worden; deze aansprakelijkheid bestaat echter niet, indien de afzender bewijst dat dit verbod of deze beperking aan de vervoerder bekend was of redelijkerwijs kon zijn toen hij de vervoerovereenkomst aanging.

5. Artikel 8:1115 lid 4 BW vindt geen toepassing.

 

Artikel 3

1. De afzender moet de vracht betalen op het ogenblik dat hij de vrachtbrief overhandigd, dan wel op het moment dat de zaken door de vervoerder in ontvangst zijn genomen, de vracht en verdere op de zaken drukkende kosten te voldoen.

2. Indien ongefrankeerde zending is overeengekomen, is de geadresseerde bij de inontvangstneming van de zaken verplicht de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken drukkende kosten te betalen; indien hij op deze op eerste aanmaning niet voldeed, is de afzender hoofdelijk met hem tot betaling verplicht. Indien de afzender bij ongefrankeerde verzending op de vrachtbrief heeft vermeld, dat zonder betaling van de vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten niet mag worden afgeleverd, moet de vervoerder, indien geen betaling plaats vindt, de afzender nadere instructies vragen die hij, tegen vergoeding van kosten en schade en eventueel betaling van een redelijke beloning, moet opvolgen voor zover hem dit redelijkerwijze mogelijk is. Indien blijkt dat meer is afgeleverd dan als verzonden werd opgegeven, wordt dit meerdere geacht op dezelfde voorwaarden als het volgens de overeenkomst verzondene te zijn verzonden.

3. Indien de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer of verdere op de zaken drukkende kosten op het in lid 1 of lid 2 bedoelde tijdstip niet zijn voldaan, is degeen, die gehouden is tot betaling, verplicht daarover rente te betalen op basis van 12% per jaar met ingang van de dag, waarop deze betalingen hadden moeten geschieden tot en met de dag der betaling.

4. De vervoerder is gerechtigd om alle noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van de vracht en andere bedragen, zoals genoemd in lid 3, aan degene, die gehouden is tot betaling van de vracht of andere kosten, in rekening te brengen. De buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de debiteur in verzuim is èn, de vordering ter incasso uit handen is gegeven.

5. De volle vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken rustende kosten zijn ook verschuldigd indien de zaken niet, slechts ten dele of beschadigd ter bestemming worden afgeleverd.

6. Beroep op schuldvergelijking (compensatie) van vorderingen tot betaling van vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten met vorderingen uit anderen hoofde is niet toegestaan.

7. Indien de afzender niet aan zijn in het onderhavige artikel genoemde verplichtingen heeft voldaan, is de vervoerder bevoegd het vertrek van het vervoermiddel op te schorten en alsdan wordt de hierdoor voor hem ontstane schade als op de zaken drukkende kosten aangemerkt.

 

Artikel 4

1. De instructies, die de afzender aan de vervoerder zelf met betrekking tot zaken kan geven, kunnen, naast hetgeen de wet daaromtrent bepaalt, ook een wijziging van de plaats van terbeschikkingstelling van de zaken aan de vervoerder inhouden. Instructies betreffende niet-aflevering, die de persoon, die deze moet uitvoeren, tijdig bereiken, moeten echter in afwijking van artikel 8:1125 lid 2 BW bepaalde steeds worden uitgevoerd.

2. Instructies kunnen worden gegeven ook nadat de vervoerder de zaken in ontvangst heeft genomen.

3. De afzender is verplicht de vervoerder de door het opvolgen van de instructies geleden schade en gemaakte kosten te vergoeden. Steeds wanneer het voertuig ten gevolge van de gegeven instructies naar een niet eerder overeengekomen plaats is gereden, moet de afzender, behalve vergoeding van geleden schade en gemaakte kosten, ook terzake een redelijke vergoeding geven.

4. Het recht tot het geven van instructies vervalt al naarmate de geadresseerde op de losplaats de zaken aanneemt of de geadresseerde van de vervoerder schadevergoeding verlangt omdat deze de zaken niet aflevert.

 

Artikel 5

1. De vervoerder is verplicht de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze in ontvangst te nemen.

2. Indien hij aan deze verplichting niet voldoet kunnen beide partijen de overeenkomst met betrekking tot de zaken, die de vervoerder niet in ontvangst heeft genomen, opzeggen. De afzender kan dit echter slechts doen nadat hij de vervoerder schriftelijk of mondeling een uiterste termijn heeft gesteld en de vervoerder bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. De opzegging geschiedt door mondelinge of schriftelijke mededeling aan de wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze mededeling wordt ontvangen.

3. Na opzegging is de vervoerder verplicht de afzender de schade te vergoeden, die deze bewijst door de opzegging te hebben geleden. Deze schadevergoeding beloopt echter niet meer dan een bedrag gelijk aan tweemaal de overeengekomen vracht. Indien geen vracht is overeengekomen, geldt als zodanig de vracht volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid.

4. Artikel 8:1109 BW is niet van toepassing.

 

Artikel 6

1. Indien door de vervoerder ontvangen zaken (in hun eventuele verpakking) niet ter bestemming worden afgeleverd of niet in dezelfde staat, als waarin hij één en ander heeft ontvangen, worden afgeleverd, is de vervoerder behoudens het elders of in deze condities bepaalde voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk. De last zijn schade te bewijzen, rust op de afzender.

2. De aansprakelijkheid van de vervoerder is beperkt tot een bedrag van € 3,- per kilogram.

3. Het aantal kilogrammen, waarvan ter berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt uitgegaan, is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van het beschadigde of verloren gegane zaak, ter vaststelling waarvan met lid 4 van dit artikel rekening wordt gehouden.

4. I. Indien de verpakking door of vanwege de vervoerder ter beschikking is gesteld of de zaken onverpakt ten vervoer ter beschikking zijn gesteld en onverschillig of de verpakking al dan niet beschadigd is, wordt uitgegaan van het aantal kilogrammen, dat de zaken zonder hun verpakking bij hun terbeschikkingstelling ten vervoer wogen.

II. Indien de verpakking niet door of vanwege de vervoerder ter beschikking is gesteld en zij blijkens haar aard bestemd is voor meer dan één vervoer na elkaar te worden gebezigd, wordt ingeval:

a. de schadevergoeding uitsluitend zaken betreft, uitgegaan van het aantal kilogrammen, dat de zaken zonder hun verpakking bij hun terbeschikkingstelling ten vervoer wogen;

b. de schadevergoeding uitsluitend verpakking betreft, uitgegaan van het aantal kilogrammen, dat de verpakking bij haar terbeschikkingstelling woog;

c. de schadevergoeding zowel zaken als verpakking betreft,

I. voor de van het bedrag, waartoe de aansprakelijkheid van de vervoerder ten aanzien van de zaken is beperkt, uitgegaan van uitsluitend het aantal kilogrammen, dat de zaken zonder hun verpakking bij hun terbeschikkingstelling ten vervoer wogen en

II. voor de berekening van het bedrag, waartoe de aansprakelijkheid van de vervoerder ten aanzien van de verpakking is beperkt, uitgegaan van uitsluitend het aantal kilogrammen, dat de verpakking zonder hun zaken bij haar terbeschikkingstelling ten vervoer woog.

III. Indien de verpakking niet door of vanwege de vervoerder ter beschikking is gesteld en zij blijkens haar aard niet bestemd is voor méér dan één vervoer na elkaar: het aantal kilogrammen, dat de verpakking en de zaken tezamen bij hun terbeschikkingstelling ten vervoer wogen.

 

Artikel 7

1. De vervoerder kan zich van de in artikel 6 genoemde aansprakelijkheid en van iedere andere aansprakelijkheid, die de wet of deze condities hem opleggen, bevrijden door te bewijzen in hoeverre het niet nakomen van zijn verplichtingen is te wijten aan overmacht, waaronder mede worden verstaan de omstandigheden en de bijzondere risico’s waarvan de artikelen 8:1098 lid 1 en 8:1099 BW vermelden, dat zij de vervoerder van aansprakelijkheid ontheffen.

2. De vervoerder kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid te ontheffen beroep doen op de gebrekkigheid van het voertuig of van het materiaal, waarvan hij zich bedient, tenzij dit laatste door de afzender, de geadresseerde of de ontvanger te zijner beschikking is gesteld. Onder materiaal wordt niet begrepen een schip, luchtvaartuig of spoorwagon, waarop het voertuig zich bevindt. Voor de toepassing van dit lid wordt onder gebrekkigheid mede verstaan onvoldoende uitrusting of op andere wijze tekort schieten.

 

Artikel 8

Indien aflevering aan huis is overeengekomen, moet de vervoerder de zaken bezorgen aan de deur van het adres, dat op de vrachtbrief is vermeld of aan de deur van een adres, dat hem in plaats daarvan – met inachtneming van artikel 4 – tijdig door de afzender is opgegeven. Wanneer het adres niet via een verharde rijweg of anderszins redelijkerwijs bereikbaar is, moet afgeleverd worden op een plaats, die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijk opgegeven adres ligt.

 

Artikel 9

Een handeling of een nalaten van wie ook, behalve van de vervoerder zelf, geschied hetzij met het opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, ontneemt de vervoerder niet het recht zich op enige uitsluiting of beperking van zijn aansprakelijkheid te beroepen.

 

Artikel 10

De vervoerder is uit hoofde van de vervoerovereenkomst tot niet meer gehouden dan voortvloeit uit deze condities en uit Boek 8 titel 13 afdelingen 1 en 2 Burgerlijk Wetboek, voorzover althans van de bepalingen van die afdelingen in deze condities niet is afgeweken.

 

Artikel 11

De vervoerder behoud zich het recht voor:

A. de zaken of het door hem voor het vervoer gebezigde vervoermiddel zelf met al die vervoermiddelen te vervoeren, welke hem dienstig zullen voorkomen en de zaken, indien hij zulks nodig acht, te bewaren in alle zodanige vervoermiddelen, bergruimten en/of opslagplaatsen, als hij zal goedvinden, onverschillig of deze vervoermiddelen, bergruimten of opslagplaatsen aan de vervoerder of aan derden toebehoren en onverschillig of deze opslagplaatsen al dan niet deel uitmaken van de openbare weg.

B. de te volgen route vrijelijk te bepalen, mitsdien ook van de gebruikelijke route af te wijken. Hij is tevens gerechtigd die plaatsen aan te doen, waarvan hij dit voor de uitoefening van zijn bedrijf wenselijk acht.

C. met zijn voertuigen andere voertuigen te slepen. Hij is tevens gerechtigd onder alle omstandigheden met zijn vervoermiddelen hulp te verlenen.

 

Artikel 12

1. Indien, doordat na het in ontvangst nemen van de zaken door de vervoerder naar diens oordeel het vervoermiddel de reis redelijkerwijs niet kan aanvangen of voortzetten of indien na dit in ontvangst nemen tengevolge van welke omstandigheid dan ook het vervoer of de aflevering van de zaken naar het oordeel van de vervoerder redelijkerwijs niet of niet binnen redelijke tijd worden aangevangen, voortgezet of voltooid, is de vervoerder verplicht zulks, zo maar enigszins mogelijk, aan de afzender mede te delen. Vervoerder en afzender hebben dan alsnog de bevoegdheid de overeenkomst op te zeggen.

2. De opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijk mededeling aan de wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze mededeling wordt ontvangen. De vervoerder blijft echter door hem in de artikel 11 onder A en art. 8:1118 BW toegekende bevoegdheden houden.

3. De vervoerder is niet verplicht voor het verdere vervoer naar de bestemmingsplaats zorg te dragen en is bevoegd de zaken te lossen en voor rekening en gevaar van de afzender op te slaan in de naar zijn oordeel eerst bereikbare en daarvoor geschikte plaats;

4. de afzender is bevoegd de zaken tot zich te nemen. Alle voor of na de opzegging op de zaken vallende kosten komen, onder voorbehoud van lid 4, ten laste van de afzender.

5. De vervoerder is verplicht de afzender de schade te vergoeden, die deze bewijst te hebben geleden door de opzegging van de overeenkomst, doch niet voor zover is opgezegd op grond van door de vervoerder aan te tonen overmacht, als bedoeld in artikel 7.

 

Artikel 13

1. Indien de vervoerder zich heeft verbonden tot vervoer naar een plaats verder dan tot waar de door hem geëxploiteerde vervoermiddelen komen, geschiedt ook de verdere uitvoering van de vervoerovereenkomst en van al hetgeen daarmede samenhangt – inning en afdracht van remboursgelden daaronder begrepen – op de onderhavige voorwaarden, voor zover althans die verdere uitvoering plaats vindt over de weg. Op het verdere vervoer per veerbootdienst zijn van toepassing de door de Stichting Vervoeradres te griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam gedeponeerde Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities, laatste versie. In alle andere gevallen treedt voor dat verdere vervoer de vervoerder als expediteur namens de afzender op, met dien verstande dat zijn aansprakelijkheid in geen geval hoger zal zijn dan het in artikel 6 genoemde bedrag.

2. De vervoerder is ook terzake van de verdere uitvoering over de weg en per veerboot jegens de afzender als vervoerder aansprakelijk, zulks met inachtneming van het in deze voorwaarden bepaalde en derhalve ook niet tot hogere bedragen, dan in deze voorwaarden is voorzien. Deze aansprakelijkheid vervalt in zoverre de afzender op de vrachtbrief en het bewijs van ontvangst heeft vermeld door welke vervoerder of welke vervoerders de verdere uitvoering van de vervoerovereenkomst zal moeten geschieden en die verdere uitvoering ook aldus heeft plaatsgehad. In dit geval treedt de vervoerder als expediteur namens de afzender op, waarbij zijn aansprakelijkheid op gelijke wijze beperkt zal zijn als in lid 1 genoemd.

3. In het in lid 2, tweede zin, genoemde geval is iedere opvolgende vervoerder jegens de afzender als zodanig aansprakelijk doch uitsluitend terzake van het vervoer over het door hem bediende traject.

4. De vervoerder is bevoegd van een instructie inzake de methode van doorvervoer, d.w.z. inhoudende dat het doorvervoer over de weg, per spoorweg, door de lucht, te water of door een pijpleiding of anderszins moet plaatsvinden, af te wijken indien daartoe naar zijn oordeel gewichtige redenen bestaan.

 

Artikel 14

Indien de vervoerder aansprakelijk is uitsluitend omdat hij een verplichting, die op hem rust uit hoofde van de artikelen 8:1115 lid 2 en 8:1118 lid 3 BW dan wel van de artikelen 12 lid 4, 17, 19 of 21 van deze condities, niet nakwam, zal een door hem terzake verschuldigde schadevergoeding niet meer bedragen dan wat hij in geval van totaal verlies der betrokken zaken verschuldigd zou kunnen zijn.

 

Artikel 15

Partijen kunnen niet ten voordele van de vervoerder wijziging aanbrengen in de regeling van aansprakelijkheid en bewijslast, zoals deze is gegeven in de artikelen 12 en 21 van deze condities en dit geldt zelfs, wanneer uit enige in de vrachtbrief voorkomende bepaling of daarop geplaatste aantekening het tegendeel zou blijken.

 

Artikel 16

1. De vervoerder is niet verplicht de zaken binnen enige termijn, welke dan ook, af te leveren en dit geldt zelfs – doch onder voorbehoud van lid 2 van dit artikel – wanneer uit enige in de vrachtbrief voorkomende bepaling of daarop geplaatste aantekening het tegendeel zou blijken.

2. Onder voorbehoud van artikel 6 en slechts wanneer de afzender bewijst, dat tussen hem en de vervoerder zelf bij het sluiten van de overeenkomst in afwijking van lid 1 van het onderhavige artikel uitdrukkelijk een termijn van aflevering werd overeengekomen, is de vervoerder, behoudens door hem aan te tonen overmacht als bedoeld in artikel 7, bij overschrijding van deze termijn voor de gevolgen daarvan aansprakelijk en dan nog slechts wanneer deze termijn op de vrachtbrief en een eventueel aan de afzender afgegeven ontvangstbewijs is vermeld en deze documenten door de vervoerder zijn ondertekend; de enkele vermelding van deze termijn op de vrachtbrief levert te dezer zake geen enkel bewijs op.

3. Indien de vervoerder aansprakelijk is doordat hij niet aflevert binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn, heeft de afzender geen ander recht dan betaling te vorderen van een bedrag gelijk aan de hem daardoor opgekomen schade en de last te bewijzen dat hij schade leed en tot op welk bedrag, rust op de afzender.

4. Indien de vervoerder aansprakelijk is, uitsluitend doordat hij niet afleverde binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn, is zijn aansprakelijkheid beperkt tot de overeengekomen vracht. Indien de vervoerder aansprakelijk is zowel omdat hij de zaken niet afleverde binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn en tevens uit hoofde van artikel 6 wordt de schadevergoeding als volgt berekend; het bedrag, dat de vervoerder op grond van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 6 is verschuldigd, wordt geheel of gedeeltelijk aangewend om de uit hoofde van dat artikel verschuldigde schadevergoeding te voldoen en de schadevergoeding terzake van vertraagde aflevering is beperkt tot het bedrag van de vracht na aftrek van de uit hoofde van artikel 6 verschuldigde vergoeding.

 

Artikel 17

1. Indien de geadresseerde na kennisgeving van aankomst van de zaken niet opkomt, indien hij het in ontvangst nemen van de zaken niet aanvangt, indien hij dit niet regelmatig en met bekwame spoed voortzet, indien hij weigert de zaken aan te nemen of voor ontvangst te tekenen, kunnen de zaken door de vervoerder, zonder dat enige rechterlijke machtiging is vereist, voor rekening en gevaar van de afzender op de door de vervoerder met inachtneming van redelijke zorg te bepalen wijze en plaats worden opgeslagen – zo nodig ook in het vervoermiddel, waarin zij werden vervoerd – of gestald; de vervoerder is verplicht de afzender op de hoogte te stellen.

2. De vervoerder kan met inachtneming van lid 1 ook tot opslag of stalling overgaan, indien het stellen van zekerheid als in artikel 18 bedoeld, wordt geweigerd, of indien geschil ontstaat omtrent het bedrag of de aard van de te stellen zekerheid.

3. Behalve in geval van beslag kunnen de zaken, na verloop van één week na de aangetekende verzending aan de afzender van een schriftelijke kennisgeving van de voorgenomen verkoop, door de vervoerder voor rekening van de afzender publiekelijk of onderhands worden verkocht zonder dat verder het inachtnemen van enige formaliteit nodig zal zijn.

4. De verkoop kan geschieden zonder het inachtnemen van enige termijn en zonder kennisgeving, indien de zaken aan bederf onderhevig zijn of indien bewaring schadelijk zou kunnen zijn of schade of gevaar voor de omgeving zou kunnen opleveren. Wanneer geen voorafgaande kennisgeving plaats vond, is de vervoerder verplicht na de verkoop daarvan kennis te geven aan de afzender.

5. Ten aanzien van levende have bedraagt de in lid 3 bedoelde termijn drie dagen met dien verstande dat de vervoerder zonder het inachtnemen van enige termijn en zonder voorafgaande kennisgeving tot verkoop mag overgaan indien de toestand van de levende have zulks gewenst doet zijn. Wanneer geen voorafgaande kennisgeving plaats vond, is de vervoerder verplicht na de verkoop daarvan kennis te geven aan de afzender.

6. De vervoerder behoudt de opbrengst van de verkochte zaken, na aftrek van het bedrag van een eventueel rembours en een aan de vervoerder in verband daarmee toekomende commissie en van al hetgeen dat terzake van het verkochte aan de vervoerder toekomt, zowel voor vracht als voor kosten van opslag of stalling als voor andere kosten en schaden, gedurende zes maanden na de aanneming van de zaken ten vervoer ter beschikking van de afzender, na verloop van welke termijn hij het ter beschikking gehouden bedrag onder gerechtelijke bewaring zal stellen.

 

Artikel 18

1. De vervoerder heeft jegens ieder, die daarvan afgifte verlangt, een retentierecht op zaken en documenten, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft.

2. Dit recht komt hem echter niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaken ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de afzender jegens die derde de zaken ten vervoer ter beschikking te stellen.

3. Tegenover de afzender of de ontvanger kan de vervoerder het recht van retentie slechts uitoefenen voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden ter zake van het vervoer van de zaken. Hij kan dit recht tevens uitoefenen voor hetgeen bij wijze van rembours op de zaken drukt.

4. De vervoerder kan het in lid 2 toegekende recht van retentie eveneens uitoefenen voor hetgeen hem door de afzender nog verschuldigd is in verband met voorgaande vervoerovereenkomsten.

5. De vervoerder kan het recht van retentie tevens uitoefenen voor een hem in verband met een rembours toekomende provisie, waarvoor hij geen zekerheid behoeft te aanvaarden.

6. Indien bij de afrekening geschil ontstaat over het verschuldigde bedrag of ter bepaling daarvan een niet spoedig uit te voeren berekening nodig is, is hij, die aflevering vordert, verplicht het gedeelte over welks verschuldigdheid partijen het eens zijn, terstond te voldoen en voor de betaling van het door hem betwiste gedeelte of van het gedeelte, waarvan het bedrag nog niet vaststaat, zekerheid te stellen.

 

Artikel 19

Indien zaken niet zijn afgeleverd binnen 30 dagen na de dag, waarop zij ten vervoer werden aangenomen en het onbekend is waar zij zich bevinden, worden zij als verloren aangemerkt. Door het in ontvangst nemen van een vergoeding deswege doet degeen, die jegens de vervoerder het recht heeft aflevering van die zaken te vorderen ten gunste van die vervoerder afstand van genoemde zaken, tenzij hij zijn rechten op die zaken binnen 37 dagen na de dag, waarop de zaken ten vervoer werden aangenomen, bij aangetekende brief aan de vervoerder heeft gereserveerd met het verzoek hem onmiddellijk te berichten ingeval de zaken worden teruggevonden binnen één jaar na de betaling der vergoeding. De vervoerder is verplicht aan dit verzoek gevolg te geven en binnen 30 dagen na ontvangst van het bericht van terugvinden is die afzender respectievelijk geadresseerde gerechtigd de zaken tot zich te nemen. De afzender respectievelijk geadresseerde is daarbij verplicht aan de vervoerder terug te betalen de vergoeding, die hij van deze ontving voor schade, die achteraf blijkt niet te zijn geleden. Indien de afzender respectievelijk geadresseerde van dit recht op teruggave niet binnen de gestelde termijn gebruik maakt of wanneer hij niet heeft verzocht hem bij terugvinden van de zaken bericht te zenden, wordt hij aangemerkt als de zaken te hebben geweigerd en kan de vervoerder handelen als hem in artikel 17 is toegestaan, zonder dat hij nochtans verplicht is die afzender respectievelijk geadresseerde daarvan kennis te geven.

 

Artikel 20

1. De afzender is verplicht bij de ter beschikkingstelling van zaken aan de vervoerder deze een vrachtbrief met daarvan deel uitmakend bewijs van ontvangst te overhandigen, waarin vermeld staat dat deze Algemene Vervoercondities op de gesloten vervoerovereenkomst van toepassing zijn. De afzender is verplicht de vrachtbrief volgens de daarop voorkomende aanwijzingen volledig en naar waarheid in te vullen en hij staat in voor de juistheid en volledigheid, op het ogenblik van de ter beschikkingstelling van de zaken, van de door hem verstrekte gegevens. Het ontbreken van de vrachtbrief kan niet aan vervoerder of afzender worden tegengeworpen en heeft ook niet tengevolge dat deze condities niet toepasselijk zijn.

2. Indien de zaken ter beschikking worden gesteld, die niet in goede staat verkeren, is de afzender verplicht de staat van deze zaken op de vrachtbrief te omschrijven.

3. Indien de vervoerder dit verlangt is de afzender verplicht de vrachtbrief te ondertekenen. Ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel worden vervangen.

 

Artikel 21

1. De vervoerder is verplicht zich als vervoerder op het hem door de afzender aangeboden bewijs van ontvangst duidelijk kenbaar te maken en dit, mits naar waarheid ingevuld, te ondertekenen en aan de afzender af te geven. Ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel worden vervangen.

2. De vervoerder is verplicht bij de inontvangstneming van de zaken de juistheid van de vermelding van het aantal colli op de vrachtbrief en het bewijs van ontvangst te controleren. Deze verplichting bestaat niet, wanneer naar het oordeel van de vervoerder het vervoer daardoor aanmerkelijk zou worden vertraagd.

3. Indien hij op grond van het in lid 2 bepaalde het aantal colli niet heeft gecontroleerd of indien hij bij controle een verschil heeft geconstateerd, is hij verplicht dit op de vrachtbrief en het bewijs van ontvangst aan te tekenen. In geen van deze beide gevallen is hij aan het vermelde stukstal gebonden; heeft hij een dergelijke aantekening niet geplaatst, dan is hij wel aan het vermelde stukstal gebonden.

4. Indien hij bij de inontvangstneming van de zaken van oordeel is dat de uiterlijke staat daarvan enig gebrek vertoont of dat de zaken, gelet op hun aard of de door hem voorgenomen wijze van vervoer niet voldoende of niet doelmatig zijn verpakt, is hij verplicht dit op de vrachtbrief en het bewijs van ontvangst aan te tekenen. Uit het ontbreken van een dergelijke aantekening mag niet worden aangenomen, dat de vervoerder de zaken in uiterlijk goede staat dan wel voldoende of doelmatig verpakt heeft ontvangen.

 

Artikel 22

1. Partijen kunnen overeenkomen, dat de zaken met een rembours zullen worden belast, dat echter niet hoger zal zijn dan de factuurwaarde der zaken. In dat geval mag de vervoerder de zaken slechts afleveren tegen voorafgaande betaling van het rembours in contant geld, tenzij de afzender de vervoerder heeft gemachtigd een andere wijze van betaling te accepteren.

2. De vervoerder is verplicht, nadat een zending onder rembours is afgeleverd of, ingeval van vervoer zoals bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 2, nadat de gelden op grond van lid 3 van het onderhavige artikel aan hem zijn afgedragen, de desbetreffende remboursgelden onverwijld doch in ieder geval binnen twee weken aan de afzender af te dragen dan wel op diens bank- of girorekening over te doen schrijven.

3. Ingeval van vervoer, zoals bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 2, is de vervoerder, die de zending aan de geadresseerde heeft afgeleverd, verplicht de desbetreffende remboursgelden onverwijld, doch in ieder geval binnen twee weken, af te dragen aan de vervoerder, die de zending van de afzender ten vervoer heeft aangenomen, mits de naam van deze vervoerder op de vrachtbrief is vermeld.

4. De in lid 2 van dit artikel genoemde termijn van twee weken vangt aan op de dag, waarop de zaken zijn afgeleverd, dan wel in geval van vervoer als bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 2, op de dag, waarop de vervoerder, die de zending van de afzender ten vervoer heeft aangenomen, de remboursgelden ontving. De in lid 3 van het onderhavige artikel genoemde termijn van twee weken vangt aan op de dag, waarop de zaken zijn afgeleverd.

5. De ontvanger, die ten tijde van de aflevering weet, dat een bedrag als rembours op de zaken drukt, is verplicht aan de vervoerder het door deze aan de afzender verschuldigde bedrag te voldoen.

6. Indien de zaken zonder voorafgaande inning van het rembours zijn afgeleverd, is de vervoerder verplicht aan de afzender de schade ten hoogste tot het bedrag van het rembours te vergoeden, tenzij hij bewijst dat er geen schuld van hem of van zijn ondergeschikten aanwezig was. Deze verplichting laat zijn recht op verhaal tegen de geadresseerde onverlet. Wanneer de afzender gebruik heeft gemaakt van zijn recht, omschreven in artikel 13 lid 2, geldt de aansprakelijkheidsregeling van artikel 13 lid 3.

7. Verschuldigde remboursprovisie komt ten laste van de afzender.

8. Indien uit hoofde van dit artikel door een vervoerder verschuldigde bedragen niet op de in dit artikel vermelde tijdstippen zijn voldaan, is die vervoerder verplicht hierover rente op basis van 12% per jaar te betalen met ingang van de dag, waarop hij verplicht was te betalen tot en met de dag der betaling.

9. Alle vorderingen tegen de vervoerder uit hoofde van een remboursbeding verjaren met de tijd van twaalf maanden, te rekenen met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de zaken werden afgeleverd of hadden moeten zijn afgeleverd.

 

Artikel 23

1. De vervoerder is verplicht zorg te dragen voor de verzekering van zaken op de bij deze condities gevoegde Algemene Verzekeringsvoorwaarden 1979 indien zulks door de afzender wordt verlangd bij de aanbieding van de zaken ten vervoer.

2. In geval van verzekering wordt de vrachtbrief voor deze zaken opgesteld in de vorm van een transportbrief, welke transportbrief tegelijkertijd het polisadres is.

3. Als te verzekeren bedrag geldt de in de transportbrief vermelde waarde en bij gebreke van zodanige vermelding € 500,- per zending zoals deze zaken zijn vermeld op de transportbrief.

4. De vervoerder is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onderverzekering, wanneer de te verzekeren som niet in de transportbrief is vermeld, noch wanneer hij de verzekering tot de in de transportbrief vermelde som heeft bezorgd.

5. De vervoerder is verplicht om, wanneer uit het polisadres niet blijkt bij welke verzekeraar de verzekering is gesloten, zulks aan de afzender op diens verlangen mede te delen.

6. De vervoerder is niet gehouden er voor zorg te dragen dat een verzekering, als in dit artikel bedoeld, door zijn bemiddeling tot stand komt ten behoeve van afzenders, ten aanzien van wie hij te dier zake ontheffing heeft verkregen van de Stichting Vervoeradres te ‘s-Gravenhage, en mits aan de afzender van de ontheffing schriftelijk is kennis gegeven.

7. De vervoerder, die niet nakomt zijn verplichting er voor zorg te dragen, dat er een verzekering, als in dit artikel bedoeld, tot stand komt, is gehouden de dientengevolge ontstane schade te vergoeden.

 

Artikel 24

1. De vervoerder kan op deze condities beroep doen uit welken hoofde en door wie hij ook moge worden aangesproken en de afzender, die niet voldeed aan enige verplichting die de wet of deze condities hem opleggen, vrijwaart hem – onverminderd het elders in deze condities bepaalde – voor alle schade, die hij mocht lijden, wanneer hij terzake van het vervoer van de zaken door een derde wordt aangesproken.

2. Ten behoeve van al diegenen, waarvoor de vervoerder terzake van het vervoer van de zaken uit welken hoofde dan ook aansprakelijk is of mocht worden gehouden, wordt hierbij bedongen, dat deze personen, alsmede degenen voor wie zij op hun beurt aansprakelijk zijn of mochten worden gehouden, een beroep kunnen doen op iedere beperking en/of ontheffing van aansprakelijkheid, waarop uit hoofde van deze condities of van enige ander wettelijke of contractuele bepaling van een vervoerder in de zin van deze condities een beroep kan doen.

 

Artikel 25

Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 lid 3 en 22 lid 8 zijn partijen over een door hen verschuldigd bedrag rente verschuldigd op de voet van artikel 6:119 BW; de hoogte van deze rente bedraagt tot op de dag der betaling 12% per jaar.

 

Artikel 26

1. Indien de zaken met uiterlijke zichtbare schade of verlies door de vervoerder worden afgeleverd zonder dat de geadresseerde bij of dadelijk na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, dan wordt de vervoerder geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen.

2. Indien de schade of het verlies niet uiterlijk waarneembaar is en de geadresseerde niet binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder eveneens geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen.

 

Artikel 27

Alle vorderingen uit hoofde van de vervoerovereenkomst, waaronder begrepen alle vorderingen uit hoofde van een remboursbeding , verjaren met de tijd van twaalf maanden, te rekenen met de aanvang van de dag, volgende op de dag, waarop de zaken werden afgeleverd of hadden moeten zijn afgeleverd.

 

 

Algemene Betalingsvoorwaarden

 

Deze voorwaarden betreffende de betalingen van aan de vervoerder opgedragen vervoer-,opslag- en overige logistieke werkzaamheden, vastgesteld door Transport en Logistiek Nederland, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ‘s Gravenhage op 1 oktober 1993, aktenummer 238.

 

Artikel 1 – BETALING

1. De vracht en verdere op de goederen drukkende kosten zijn bij gefrankeerde zending opeisbaar op het moment dat de afzender/opdrachtgever de vrachtbrief aan de vervoerder overhandigt, dan wel op het ogenblik dat de vervoerder de opdracht aanvaardt.

2. Indien ongefrankeerde zending is overeengekomen, is de geadresseerde bij inontvangstneming van de goederen verplicht de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de goederen drukkende kosten te betalen; indien hij deze op eerste aanmaning niet voldeed, is de afzender/opdrachtgever hoofdelijk met hem tot betaling verplicht.

3. Indien de vervoerder – anders dan bij ongefrankeerde zending – op verzoek van de afzender-/opdrachtgever de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de goederen drukkende kosten met betrekking tot het verrichte transport in rekening brengt bij de geadresseerde of een derde, blijft de afzender/opdrachtgever tot betaling van deze bedragen verplicht indien de geadresseerde of de derde deze op eerste aanmaning niet voldeed.

4. Indien de vervoerder een factuur zendt, is de debiteur verplicht deze binnen 14 dagen na factuurdatum te voldoen.

5. Facturen worden geacht door de debiteur te zijn geaccepteerd en akkoord bevonden, indien niet binnen zeven dagen na factuurdatum de vervoerder een schriftelijk bezwaar heeft bereikt.

6. Indien de debiteur in verzuim is, is hij verplicht naast de hoofdsom de wettelijke rente te betalen.

7. Eventuele betalingen zullen vooreerst in mindering strekken op de vervallen rente en vervolgens op de hoofdsom.

8. Indien betaling van de factuur uitblijft heeft de vervoerder het recht een incasso bureau in te schakelen, de extra kosten + renten komen hiermee voor de debiteur.

 

Artikel 2 – COMPENSATIE

De afzender/opdrachtgever is niet gerechtigd schuldvergelijking toe te passen ten aanzien van

bedragen, welke de vervoeder krachtens enige met hem gesloten overeenkomst in rekening brengt, tenzij de vervoerder de vordering schriftelijk heeft erkend.

 

Artikel 3 – INCASSO

1. De vervoeder is gerechtigd om alle noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso aan degene die gehouden is tot betaling in rekening te brengen. De buitengerechtelijke kosten, met een minimum van 15% van de hoofdsom, zijn eerst verschuldigd vanaf het moment dat de debiteur in verzuim is en de vordering uit handen is gegeven.

2. Voor de omvang van de buitengerechtelijke kosten geldt de declaratie van de betreffende advocaat, deurwaarder of incassobureau als bewijs.

 

Artikel 4 – RETENTIERECHT 

1. De vervoerder heeft jegens ieder, die daarvan afgifte verlangt, een retentierecht op goederen en documenten, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft. Dit recht komt hem echter niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de goederen ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de afzender/opdrachtgever jegens die derde de goederen ten vervoer ter beschikking te stellen.

2. Tegenover de afzender/opdrachtgever of de ontvanger/geadresseerde kan de vervoerder het recht van retentie uitoefenen op goederen, gelden en documenten voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden terzake van het vervoer van de goederen.

3. Hij kan dit recht tevens uitoefenen voor hetgeen bij wijze van rembours op de goederen drukt.

4. De vervoerder kan het in de leden 2 en 3 toegekende recht van retentie eveneens uitoefenen voor hetgeen hem door de afzender/opdrachtgever nog verschuldigd is in verband met voorgaande vervoerovereenkomsten.

5. Zolang de goederen niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen, heeft de vervoerder het recht om van de afzender/opdrachtgever te vorderen, dat zekerheid gesteld wordt voor de vracht en alle vorderingen die hij ten laste van de afzender/opdrachtgever heeft of zal krijgen en heeft hij het recht het vertrek van het vervoermiddel uit te stellen, dan wel eenmaal aangevangen vervoer op te schorten zolang niet aan zijn vordering tot het stellen van zekerheid is voldaan.

6. De vervoerder is nimmer aansprakelijk voor eventuele schade die uit een uitstel of opschorting als hierboven bedoeld, voortvloeit.

 

Artikel 5 – PANDRECHT

1. Alle goederen, documenten en gelden, welke de vervoerder uit welken hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, strekken hem tot onderpand voor alle vorderingen, welke hij ten laste van de afzender/opdrachtgever of van de eigenaar heeft of mocht krijgen.

2. Bij niet voldoening van de vordering geschiedt de verkoop van het onderpand in het openbaar dan wel door middel van onderhandse verkoop, indien hieromtrent overeenstemming is bereikt nadat de bevoegdheid tot verkoop is ontstaan.

 

Artikel 6 – VERVANGENDE ZEKERHEID/UITSTEL VAN BETALING

1. De schuldenaar kan zich nimmer tegenover de vervoerder beroepen op hem ten aanzien van vorige opdrachten al dan niet uitdrukkelijk verleend uitstel van betaling, hetwelk de termijn van 14 dagen overschreed.

2. Indien de afzender/opdrachtgever, dan wel een derde namens de afzender/opdrachtgever een onherroepelijke, door de vervoerder geaccepteerde bankgarantie stelt voor de in lid 5 van artikel 4 (opschorting) en lid 1 van artikel 5 (pand) bedoelde vorderingen, komen alle rechten die de vervoerder heeft volgens het bepaalde in artikel 4 (retentie en opschorting) en artikel 5 (pand) te vervallen.

 

Artikel 7 – ADRESWIJZIGINGEN

1. De afzender/opdrachtgever is verplicht de vervoerder op de hoogte te houden van het adres, waarop hij bereikbaar is.

2. Eventuele schaden, welke het gevolg zijn van het niet-nakomen door de afzender/opdrachtgever van de verplichting uit lid 1, komen nimmer ten laste van de vervoerder.

 

Artikel 8

Deze voorwaarden kunnen worden aangehaald als de ‘Transport en Logistiek Nederland algemene betalingsvoorwaarden’.